The Help: Moed is een keuze

Afgelopen zondag ben ik met mijn moeder naar de film 'The Help' geweest in het Louis Hartlooper Complex in Utrecht. Dat is, samen met Springhaver en 't Hoogt, één van mijn favoriete bioscopen. Een warme, knusse sfeer, mooie (arthouse) films en je mag ook nog eens je kopje cappuccino de bioscoop mee innemen. Laatst ben ik in Springhaver met vriendin G. naar 'Hysteria' geweest, waar we ontzettend genoten hebben van de film (en Maggie Gyllenhaal) Toen ik daar de trailer van 'Iron Lady' zag, besloot ik dat ik vaker tijd wil maken voor een mooie film.

Nu had die intentie eigenlijk weinig met de keuze voor deze film te maken, want mijn moeder en ik wilden de film al zien toen we hoorde dat hij uit zou komen. Het boek 'Een Keukenmeidenroman' kreeg ik ergens vorig jaar te leen van mijn moeder, die me enthousiast vertelde dat het een prachtig verhaal was. Thuisgekomen bekeek ik de achterflap en de kaft, waarop een klein, mollig meisje in een soort tutu achter de afwas stond. Ik moet eerlijk zeggen dat ik er niet meteen geprikkeld werd om te gaan lezen. Een paar weken verder, toen ik een keertje niet kon slapen, heb ik het boek toch op schoot getrokken, om het in drie avonden te verslinden. Wat een page turner!

Don't judge a book by it's cover bleek hier toepasselijk. Ik vond het inderdaad een heerlijk boek, en zo vlot geschreven. Het boek verteld over de jaren 50-60, waar het in Amerikaanse huishoudens heel normaal is om een zwarte hulp in huis te hebben. Het was de tijd van de moord op J.F. Kennedy, van Martin Luther King, en van het meisje Rosa Parks. De contradictie in die tijd, waarin zwarten en blanken apart leefden, was dat ze wel degelijk samenkwamen in de huishoudens van blanke mensen. De één werd er redelijk goed behandeld en op waarde geschat, de ander werd als sloofje en zelfs als een 'bezit' gezien. Lijflijk en verbaal geweld waren vaak de orde van de dag.

Het is bijna niet voor te stellen dat dit nog maar vijftig jaar geleden gebeurde en zelfs gewoon was. Katheryn Stockett (overigens een prachtige vrouw), de schrijfster van het boek, komt zelf uit Jackson, Mississippi en groeide op in de jaren '60, met een zwarte hulp in huis. Zij beschrijft in haar boek hoe één dappere blanke dame besluit het voor de zwarte hulpen op te nemen, door ze te gaan interviewen, om een anoniem boek te schrijven over hun leven in Jackson. Het schrijven van zo'n boek in die tijd was niet bepaald zonder gevaar, en door zowel het boek als de film groeide er een groot respect in mij voor de zwarte dames en de blanke schrijfster, Skeeter.


Het gebeurt wel vaker dat verfilmingen van boeken tegenvallen, waar je bij 'The Help' gelukkig niet bang voor hoeft te zijn. Het is prachtig verfilmd, helemaal in de stijl van de jaren '60, met kokette, blanke dametjes, en stevige 'geen blad voor de mond nemende' zwarte vrouwen. De contradictie tussen hun levens wordt prachtig in beeld gebracht, met de nodige humor. Vooral de combinatie van de stoere hulp Minny die voor de naïeve, wereldvreemde Celia Foote gaat werken werkt op de lachspieren. Met name het karacter Skeeter, gespeeld door Emma Stone, heeft me erg geïnspireerd. In het verhaal is ze een beetje een buitenbeentje, jongens vind ze niet bijster interessant, gezien ze wat onzeker is over haar uiterlijk - ze richt zich daarom liever op haar studie dan op jurken, schoenen en feestjes, iets waar haar vriendinnen juist obsessief mee bezig zijn.

Dit maakt van Skeeter een kritische tante, die vanaf de buitenkant naar binnen kijkt in een wereldje waar ze het eigenlijk niet mee eens is. Als haar vriendin Hilly besluit om een petitie te laten onderteken om de zwarte hulp een apart toilet toe te bedelen, besluit Skeeter dat het zo niet langer kan. Ze begint een voorzichtige tegenbeweging, die heel wat meer impact gaat hebben dan ze ooit had durven dromen...


Meer wil ik niet weggeven van het verhaal, daarvoor zou ik je van harte aanraden de film te zien en/of het boek te lezen. Ik vind het heerlijk en geweldig dat er weer eens een film uitgebracht is waar vrouwen de hoofdrol spelen. Met name om die reden is 'Mona Lisa Smile' nog steeds één van mijn favoriete films. Kritiek is er overigens ook, op de film en het boek, vanwege dat het verhaal vanuit een blanke vrouw verteld wordt (Skeeter) en niet vanuit de zwarte dames. Toch vind ik dat het verhaal niet minder krachtig maken. De zwarte hulpen schrijven het verhaal met behulp van Skeeter's connecties. Skeeter is duidelijk de hoofdpersoon van het boek, maar haar keuze om zich af te wenden van conventies en een andere weg in te slaan, maakt het verhaal krachtig. Op deze manier ligt de nadruk niet op 'rebellie' maar op 'samenwerking' en 'verbinding'.


Toen ik na afloop van de film twee zwarte dames zag vertrekken, een oudere dame met haar dochter, vroeg ik me af wat er door hen heen gaat na het kijken van zo'n film. Misschien heeft de oudere vrouw deze tijden nog wel meegemaakt. Dat idee roept woede bij me op, woede voor zoveel onrechtvaardigheid, maar ook een soort plaatsvervangende schaamte. Ik kan het gewoon niet voorstellen dat mensen zo over elkaar denken, en hoe iemand het ooit in zijn hoofd heeft kunnen halen dat een bepaald ras 'minder' zou zijn.

Blijkbaar heeft een deel van deze reactie ook met de tijdsgeest te maken. Mijn moeder wist me te vertellen dat mijn Friese oma op haar 12e al uit huis gestuurd werd om schoon te maken bij rijke families. Eén van die families heeft haar toen beschimmeld brood laten eten, omdat 'dat wel goed genoeg was voor de dienstmeid.' Ze vertelde ook dat deze dames, om hun dienstmeiden te testen, bijvoorbeeld een behoorlijke smak geld onder het kussen legden om te zien of zij eerlijk waren.

In die tijd lagen de machtsverhoudingen heel anders dan nu. Volgens mij vindt dat soort gedrag een oorsprong in het hebben van toegekende macht en misbruik van die macht, gewoon, omdat het kan, en veel mensen zich meer waard voelen als ze de baas over een ander kunnen spelen. Een enorm ego-ding. Het hypocriete is ook nog eens dat, vooral toen, deze deftige dames vrome kerkgangers waren. Net zoals in 'The Help' de blanke dametjes geld ophalen voor 'Arme Hongerige Kindjes in Afrika' maar zich ondertussen schofterig gedragen tegen hun zwarte hulpen, en indirect, hun kinderen. De ironie!

Macht kan een gevaarlijke kracht zijn, en is gemakkelijk te misbruiken. Het is prachtig te zijn wanneer de slachtoffers ervan de moed en kracht vinden om er tegen in verweer te komen, wanneer ze beseffen dat zij uiteindelijk zelf degenen zijn, die die macht aan iemand kunnen geven en daarbij, dus ook weer kunnen wegnemen.


Een inspirerende film, en ik ga hem zeker nogmaals in de bioscoop bekijken, dit keer met vriendin Hilly, van wie ik hoop dat ze het niet vervelend vindt dat de arrogante hoofdpersoon haar bijnaam draagt!

p1

Nog even omdraaien

Heerlijk. Zo'n ochtend dat je beiden geen afspraken hebt. Dat je nog even tegen elkaar aan kunt liggen. Lekker opgekruld in elkaars warme armen. Buiten het bed is het nog zo koud, binnen het bed, onder de dikke dekens, nog zo warm. Wangen tegen elkaar, armen om elkaar heen. Af en toe fluisterend 'we moeten er nu echt uit' en dan toch nog blijven liggen. Totdat we ons vermannen en de koude kamer instappen, om met een warme kop koffie samen op de bank te ontbijten.

Een goed begin van de dag.

p1

Taalweetjes

Boeiend filmpje over hoe we met taal omgaan en dat eigenlijk al onze omgangsvormen af te leiden zijn uit drie relatietypes. Niet schrikken van de piepende marker stift aan het begin, het is het waard!



p1

Goochelen met bordjes - Het nut van Communicatie

Communicatie is een prachtig vak.

In welke branche je ook werkt, met wie je ook werkt, of je nu in operationeel, tactisch of strategisch niveau verkeert of je juist door alle lagen in een organisatie heen moet banjeren: communicatie is de sleutel. En daar gaat het natuurlijk ook juist het vaakst mis.

We vergeten te communiceren, we communiceren teveel, we denken vanuit onze eigen behoeften maar niet vanuit de behoefte van de ontvanger of de klant. Het is ook niet gek dat het vaak misgaat, we denken vanuit ons eigen referentiekader, en het is bijna niet te doen om werkelijk te anticiperen hoe jouw boodschap door een ander geïnterpreteerd wordt. Dus maken we afspraken over wat 'grosso modo' kan werken en stellen we communicatiemodellen op. 

De discussies die in het leven worden geroepen door het hoe en waarom van communiceren, vind ik heel boeiend en leerzaam. In mijn werk richt ik me met name op het 'digitaal' verpakken van een boodschap, en bevind ik me zowel in het voorstadium (hoe en waarom) als het eindstadium (werkelijke communicatieproducten opleveren). Logischerwijs lopen die stadia ook behoorlijk door elkaar, en komen we er als team soms bij het realiseren van het eindproduct achter dat onze insteek niet helemaal klopt waardoor we terug naar de tekentafel moeten.

Anderzijds leggen we ook pijnpunten bloot, wanneer we specifiek willen communiceren. Wanneer we vanuit een project, waarvan de oorsprong 'beweging en verandering' is, willen communiceren, merken we dat het voor een team soms heel lastig is om dingen 'in cement' te gieten en als waarheid naar buiten te brengen. Hier komt met name verwachtingsmanagement om de hoek kijken: gaan we die planning wel halen, en durven we dat dan wel te communiceren? Loopt onze workflow via een vast proces of passen we die eigenlijk in elke situatie net iets anders toe? Als je klant een informatiebehoefte uitspreekt wordt het soms op pijnlijke wijze duidelijk dat de zaakjes aan de andere kant nog niet helemaal op orde zijn.

Communicatie lijkt vaak enkel de weg te zijn waarover je jouw boodschap wil sturen, maar het gaat er veel vaker om waar de oorsprong van die weg ligt en waar de weg heen leidt. Dat levert strategische gesprekken op, discussies over visie, toekomst en verleden. En dàt maakt het in mijn beleving zo'n boeiend vak, om onderdeel van die zoektocht te zijn.

De energie van project- en programmacommunicatie maakt het geheel nog beweeglijker, er is een deadline, er zijn belangen en stakeholders en het moet snel maar ook kwalitatief goed zijn. Afwegen, keuzes maken en toch opleveren. Zoals mijn collega en vriendin het gisteren mooi verwoordde; 'Je kunt het vergelijken met van die draaiende bordjes in de lucht houden, op zo'n stokje, zoals in het circus. Een paar bordjes draaiende houden, dat lukt de meesten nog wel, maar als je er meerdere probeert te laten bewegen en draaiende wilt houden, moet je heel goed opletten. Soms is het de moeite waard om er één of twee te laten kletteren en de rest draaiende te houden, soms moet je al die bordjes wel de lucht in houden. Dat spel geeft mij energie.'
 
Zij gebruikt deze metafoor vooral om de verschillen tussen lijnmanagement en programmamanagement aan te duiden, gezien ze zelf interim-manager is. Ik besefte me, na ons gesprek, dat die metafoor prima op het communicatieproces toe te passen is, want juist daar kunnen de bordjes heel snel kletteren of kapot vallen. 

Helaas krijgt communicatie - vaak in de vorm van ondergeschikte staf-afdelingen - niet altijd de toewijding die het verdient. En dat is zonde, want een goede communicatie kan zoveel ergernis wegnemen bij een klant en gebruikt worden voor het bouwen van een vertrouwensrelatie.

Zo heeft KPN deze week weer een grote misser geslagen. Eerst waren de e-mailadressen van gebruikers gehackt. Dat is pijnlijk voor hun imago, maar door helder te communiceren kun men een deel van die pijn wegnemen. Al hun inspanningen ten spijt, sloegen ze deze week de plank weer mis: zo'n 60.000 klanten die hun wachtwoord voor de zekerheid gewijzigd hadden na de hack, kregen een bevestigingsbrief thuis met zowel hun inloggegevens als hun wachtwoord. 

Veel instanties, met name bancaire instanties, verzenden wachtwoord en inloggegevens altijd apart om de kans op fraude minimaal te maken. Deze slordige actie viel dan ook niet goed bij de klanten van KPN waarvan het vertrouwen reeds geschaad was. Hoe groter een organisatie, hoe groter de kans dat de communicatiekanalen langs elkaar heen beginnen te lopen en de kans op fouten toeneemt. 

Misschien moet ook KPN eens goed nadenken over de hoeveelheid bordjes die ze in de lucht wil - en kan - houden, want uiteindelijk is vertrouwen het codewoord, en communicatie het middel.

p1

Kunstzinnige voorkeuren

Verder in zijn boek 'De Architectuur van het Geluk' geeft Alain wederom stof tot nadenken. Hij quote hier een theorie van de jonge kunsthistoricus Wilhelm Worringer uit zijn essay 'Abstraktion und Eindfühlung' (abstractie en vereenzelviging) waarin hij onze veranderlijke smaak qua kunst en architectuur (hier zou je ook mode onder kunnen laten vallen) in een psychologisch perspectief probeert te vatten. En dat doet hij met een erg interessant uitgangspunt.

Worringer stelt dat er twee grote lijnen in de kunst terug te vinden zijn: abstracte kunst en realistische kunst. Hij stelt daarnaast dat altijd één van de twee stromingen in een samenleving de boventoon voerde. 

Abstractie
Abstracte kunst tracht een rustige sfeer te scheppen door middel van tweedimensionale visuele vlakken. De herhaling van de patronen, en de abstractie die niet leken te verwijzen naar onze bestaande wereld, gaven een soort rust. Natuurlijk is er ook abstracte kunst die je niet perse rust schenkt, maar in grote lijnen - letterlijk in dit voorbeeld - geeft abstractie een vereenvoudigde vorm van de werkelijkheid weer. 
Kunst via www.kunstenkantoor.nl
 Realisme
Realisme, denk maar aan de details in de werken van Rembrandt, vind zijn wortels in de kunst van de oude Grieken en Romeinen en werd hoogst gewaardeerd in de renaissance. Deze kunstvorm trachtte juist de levendigheid en de kleuren van een tastbaar bestaan oproepen: de emoties, de pijn, de liefde. Deze kunst bracht het leven in al zijn geuren en kleuren in beeld. Als je door de Sixtijnse kapel loopt - die ik helaas nog niet bezocht heb - zie je een voorbeeld van die kleurenpracht. Ook in kerken kom je het veel tegen. Hier wordt een verhaal uitgebeeld middels afbeeldingen. 
De Nimfen van Hylas van Waterhouse
Worringer legt in zijn theorie uit dat - in zowel architectuur als schilderkunst - er een duidelijke verklaring kan zijn voor het feit dat een samenleving de ene kunstvorm ineens voor de andere inruilt. Volgens hem was voor de keuze doorslaggevend welke waarden een samenleving op dat moment miste: een maatschappij zou in de kunst precies die dingen waarderen die ze zelf eigenlijk in mindere mate bezat. 

Dat komt overeen met mijn vorige post waarin de behoefte naar een bepaald artikel eigenlijk mijn persoonlijke behoefte weerspiegeld. Zo, stelt Worringer, is het ook op grote schaal met maatschappijen.

Abstracte kunst zou, volgens hem, vooral samenlevingen aanspreken die behoefte hadden aan kalmte: samenlevingen waar orde en gezag taanden, ideologische verschuivingen plaatsvonden en een gevoel van fysieke dreiging heerste, dat werd versterkt door morele en spirituele verwarring. (Zie je hier ook overeenkomsten met onze huidige samenleving?)

De voorkeur voor realisme kwam juist voort uit een samenleving waar een hoge mate van interne en externe orde heerste, waar routine en voorspelbaarheid de orde van de dag waren. Denk aan de adel rond de tijd van Lodewijk de 14e. Het leven was (net voor die burgeroorlog) een feestje voor de adel Elke dag was hetzelfde, dus maakten ze hun leven mooier door hun verbeelding te gebruiken. In realistische, uitbundige schilderijen, meters kant en satijn, make-up en schattige hondjes. Burgers en adel wilden ontsnappen aan de routine, realistische kunst liet hen opnieuw vertrouwd raken met intense, maar ongrijpbare gevoelens en emoties.

De conclusie die Alain hieruit trekt is de volgende;

'We kunnen hieruit concluderen dat we geneigd zijn iets mooi te noemen wanneer we er, in geconcentreerde vorm, de eigenschappen in bespeuren waaraan we zelf, en onze samenleving in het algemeen, gebrek hebben. We waarderen een stijl die ons kan wegvoeren van alles waar we bang voor zijn en ons dichterbij de dingen brengt waarnaar we smachten: een stijl met de juiste dosis van de deugden die we ontberen. 

Dat we überhaupt kunst nodig hebben duidt erop dat we voortdurend het gevaar lopen uit balans te raken, onze extreme kanten niet meer de baas kunnen, onze greep te verliezen op de gulden middenweg tussen de grote tegenstellingen van het leven: verveling en opwinding, rede en verbeelding, eenvoud en complexiteit, veiligheid en gevaar, soberheid en luxe.'

In mijn ogen een fantastische theorie, die heel goed waar kan zijn. In spirituele kringen wordt al vaak geopperd dat we 'het innerlijke zoeken in het uiterlijke.' Dat is niet goed of fout, het is meer het vinden van balans tussen het innerlijke en de uiterlijke wereld.. Als schoonheid je inspireert en je laat je omringen door bijvoorbeeld schoonheid, dan helpt dat jou wellicht om die behoefte te vervullen en die deugd te ontwikkelen. Het keerpunt komt pas als je het jagen op schoonheid een doel op zich maakt, of dat je bij gebrek aan schoonheid depressief en neerslachtig wordt. 
Het mooie van deze theorie is voor mij de mogelijkheid tot zelfkennis die het biedt. Door te kijken naar je behoeften kun je erachter komen welke deugden je eigenlijk zou willen ontwikkelen. Onze uiterlijke wereld weerspiegelt onze innerlijke zienswijze en andersom. Mijn neiging tot een 'zen-achtig huis' en 'eenvoud' komt wellicht door de drukke wereld om me heen en mijn werk. Ik tracht zelf een balans te maken. Door de drukte buiten me heb ik geen behoefte om binnen in mijn huis enorme werken van Rembrandt op te hangen, of een renaissance schilderij. Ik ga liever voor strak en rustig, met kleine symbolen van schoonheid. Eenvoud als tegenhanger van complexiteit. 

En dat is grappig, want dat is niet altijd zo geweest. Als kind verzamelde ik, zoals veel kinderen, van alles, en was dol op prulletjes. Mijn kinderleven was vele malen minder complex dan mijn huidige leven, wat me tijd gaf om te dromen. Wellicht zou je kunnen stellen dat ik als kind meer naar renaissance neigde (daarbij denk ik ook aan mijn liefde voor -veelal victoriaanse - poppenhuizen) en nu als volwassene een behoefte heb ontwikkelt aan abstractie (eenvoud). Het is nogal een zwart-witte stelling, er zitten natuurlijk allerlei schakeringen tussen, maar de rode lijn is een interessante en komt me vrij natuurgetrouw voor.

Stel, je loopt door de IKEA en je staat geheel verrukt te kijken bij een strak ingerichte showroom. Het roept allerlei verlangens op naar een eenvoudig en overzichtelijk huis. Misschien heb je niet zo zeer behoefte om nieuwe spullen te kopen die dat voor je realiseren - dat is de belofte die daar voor je uitgestald staat - maar gewoon aan rust en moet je misschien niet in de IKEA zijn - met blèrende kinderen en gejaagde ouders - maar kun je beter een boswandeling gaan maken of je even opsluiten in je huis. Of gewoonweg eens flink op gaan ruimen.

Ons gedrag en onze voorkeuren spiegelen ons innerlijke behoefte. Prachtig Alain. Al zal mijn voorkeur voor zijn boeken ongetwijfeld ook weer veel over mij zeggen.

p1

Op naar Canada

Vandaag gaan mijn mams en ik - hopelijk - de hotels voor Canada boeken. De tickets hebben we al geboekt. Na mijn eerste kwartaal opdracht gaan we samen naar Toronto vliegen om mijn broer, die daar zijn masteronderzoek doet, te bezoeken en Canada te bekijken. We willen naar Montreal, naar de Niagara watervallen en natuurlijk Toronto zelf ontdekken. 
Heerlijk dat er weer een reisje aankomt, ik kan niet wachten!

p1

Behoefte

'Hoewel het zien van iets moois dikwijls het verlangen oproept het te kopen, gaat het er ons misschien niet zozeer om te bezitten wat we mooi vinden als wel voor altijd aanspraak te kunnen maken op de intrinsieke eigenschappen die het belichamen.

Het bezit van zo'n voorwerp kan helpen bij de verwezenlijking van de drang de deugden in ons op te nemen waarop het zinspeelt, maar we moeten niet denken dat die deugden automatisch of moeiteloos op ons overgaan doordat het ons eigendom is. Proberen iets aan te schaffen wat we mooi vinden vinden zou in feite wel eens de meest fantasieloze manier kunnen zijn om met het verlangen om te gaan dat het bij ons oproept, net zoals pogingen met iemand naar bed te gaan waarschijnlijk de botste reactie vormen op een gevoel van verliefdheid.

In ons diepste wezen streven we er niet naar de voorwerpen en plekken die ons met hun schoonheid raken te bezitten, maar er vanbinnen op te lijken.'


- uit 'De Architectuur van het Geluk' van Alain De Botton.

Ik was net weer verder aan het lezen in zijn boek en vond dit stuk perfect bij mijn vorige post aansluiten. Zelf was ik hier gisteren nog mee aan het stoeien, toen ik bij de Kruitvat ontzettend stond te twijfelen om twee mooie vaasjes te kopen waarvan ik wist dat ik er eigenlijk geen echte bestemming voor had, plus dat ik toch juist zo gespitst was op mìnder spullen vergaren? Volgens Alain komt het blijkbaar omdat ik de intrinsieke waarde van het product zou willen verwezenlijken. In dit geval van twee glazen, kleine flesjes, aan de onderkant omrand met een soort metalen beslag. Er zaten twee kristalachtige dopjes op. De flesjes waren in mijn ogen elegant, eenvoudig en een toonbeeld van rust. Een soort inspiratie. Ik zat er over na te denken om ofwel mijn dagelijkse oliën erin te doen (die ik voor mijn gezicht gebruik) of ze ergens neer te zetten waar het zonlicht erop valt, met roosjes erin.

De flesjes hadden iets magisch, iets uit vervlogen tijden. Iets wat mijn fantasie prikkelde. Uiteindelijk besloot ik ze niet mee te nemen totdat ik zeker wist dat ik ze ook écht ging gebruiken. Er stonden er toch nog meer dan genoeg van. Mijn etherische oliën moeten eigenlijk gewoon in de saaie bruine flesjes bewaard worden die het licht zoveel mogelijk buitensluiten. En die roosjes? Tjah. Weer meer rommeltjes in huis.

Volgens Alain zou ik op zoek zijn naar de waarden die ik net noemde in mezelf, niet zozeer naar de producten zelf. Blijkbaar had ik dat ergens wel door, want ik stond wel een paar minuten te wikken en te wegen in de winkel. Ik had de flesjes niet nodig, maar ergens raakten ze me wel.

Dat zou betekenen dat ik op zoek naar elegantie en schoonheid ben, net zoals een mogelijke Happinez lezer zich kan verliezen in de prachtige items die geluk en schoonheid uit laten stralen.

Het is eigenlijk grappig. De manier waarop je winkelt en consumeert zou op die manier een basis kunnen zijn van een persoonlijkheidsschets, wat ook nog eens een veel praktischer en duidelijker beeld geeft dan theeblaadjes lezen of tarotkaarten leggen.
Je bent wat je eet, wat je zegt ben je zelf en... wat je koopt hoop je zelf te worden?

p1

Geluk of Gelul?

Door wat surfen op het internet kwam ik ineens op dit filmje van Hans Sibbel (Lebbis), een stukje uit één van zijn voorstellingen, waarin hij het blad Happinez nogal te kakken zet (bij gebrek aan een beter woord). Ik ben niet altijd zo'n fan van cabaret, omdat ik de cabaretiers vaak te agressief en lomp vind. Mijn vriend, een grote Hans Teeuwen fan, smult er juist van en probeert mij te laten zien dat veel van de lompheid heel absurdistisch bedoeld is en juist dogma's en vastgeroeste ideeën op de hak probeert te nemen. 

Ook dit filmpje vind ik vrij kort door te bocht, maar ik kan niet ontkennen dat Hans wel een punt heeft. Ik vind de Happinez magazines prachtig: de artikelen zijn mooi en inspirerend, het beeldgebruik spreekt tot de verbeelding en de algemene sfeer van het blad kan me gauw tot rust brengen na een hectische dag. Toch heb ik me ook dikwijls geïrriteerd aan alle reclame in het blad, ook van Lòreal en Lacôme, bedrijven die volgens mij niet dierproefvrij zijn of een biologische/eerlijke handelswijze hebben. Beetje vreemd om dat in een mind-style magazine tegen te komen dat zich focust op een betere wereld. Ik snap daarnaast, met mijn eigen achtergrond in media & communicatie, ook wel wel dat zo'n fancy en glossy blad als Happinez ook ergens van betaald moet worden zodat het nog wel betaalbaar is voor de consument.

De vraag die bij me opkomt is 'Moet een blad als Happinez zijn eigen visie verloochen en sponsors aantrekken die niet bij haar bedrijfsfilosofie passen om toch de 'goede' boodschap de wereld in te helpen?' Is het middel beter of erger dan de kwaal? Het voelt ietwat hypocriet. Het is een soort dissonantie in het blad: er worden veelal dure producten aangeprezen, die - toegegeven - vaak van biologische en eerlijke oorspong zijn - maar toch als inleiding worden gebruikt in een blad wat hoofdzakelijk zou moeten gaan over gelukkig worden zonder gehechtheid aan materiële dingen. Daarnaast klopt het inderdaad dat veel artikelen in Happinez in tegenstrijd met elkaar zijn. Is dat verkeerd?

Dat is nog maar de vraag. Want als we eerlijk zijn, is ons hele leven één groot contrast. Waarom zouden we moeite doen voor dingen als we toch doodgaan aan het einde van de rit? Waarom zouden we ons best doen goede mensen te zijn als we niet eens weten of het aan het eind van ons leven uitmaakt? Juist wanneer het leven moeilijk wordt is het voor velen van ons een strijd om in iets hogers of mooiers te geloven. In God, in Boeddha of in universele liefde. Als je kind sterft, je vader aan kanker overlijdt of je partner ongeneeslijk ziek wordt, dan is het heel moeilijk om de schoonheid van het leven te blijven zien. Het leven is beeldschoon maar ook keihard. Er is leven. Er is dood.
 
De universele levensvragen 'Waarom zijn we hier' 'Wat is het doel van ons/mijn leven?' heeft ons sinds het begin van de mensheid gefascineerd. Nog steeds hebben we geen antwoord. Misschien bestaat dat antwoord ook niet en moeten we in onszelf een persoonlijk antwoord op die vraag proberen te vinden. Misschien gaat het juist om de juiste vragen te leren stellen. Voor alle filosofiën en levenshoudingen is wel iets te zeggen, omdat zij zich verdiept hebben in deze vragen en daarom vind ik het persoonlijk juist goed dat Happinez verschillende invalshoeken gebruikt. Als ze dat niet zou doen dan zou het blad al gauw een dogmatische instelling krijgen: lijken te claimen dat ze de waarheid in pacht heeft. En die stelling heeft de mensheid al heel wat ellende bezorgd.

Eenvoud en minimalisme is prachtig en iets wat ik zeker nastreef. De grap (en de contradictie) van eenvoud is, dat je juist de dingen die je wel hebt veel beter ziet. Ze vallen beter op. Een vrijwel lege kamer met zo'n prachtige Happinez lamp laat wel meteen een stuk vakmanschap zien waar je mogelijk dag in, dag uit van kan genieten. Het kan een inspiratie zijn om een aantal mooie dingen om je heen te verzamelen die iets zeggen over wie jij bent. Dat kan ook 'gewoon' een bosje rozen zijn, of twee mooie kaarsen of een stukje kwarts wat je ergens neerzet. Waar minimalisten - in mijn ogen - tegen strijden, is rotzooi die niets met jou te maken heeft en daardoor je energie blokkeert. Want voor al die rotzooi moet je wel zorg dragen en het spul vraagt jouw aandacht, ook al zijn het een paar nanoseconden, als je er je blik over laat gaan.

Kortom: Hans heeft wel en niet gelijk. In mijn optiek snijdt hij de valkuil van materieel spiritualisme aan: de valkuil dat als je hebt wat er in de Happinez staat en je huis er zo uitziet, dat je dan gelukkig bent. En dat je vooral steeds gelukkig moet blijven en consumentisme je uiteindelijk geluk gaat brengen. Het gaat om jouw intentie. Uiteindelijk heb jij dat als consument zelf in de hand (gelukkig maar!). Of het nu de Happinez is of de Bijbel (excuus voor de mensen die dat een heftige vergelijking vinden), de verantwoordelijkheid over hoe je met de inhoud omgaat ligt uiteindelijk bij jezelf.

Zelf heb ik, na twee jaar een abonnement gehad te hebben op Happinez, mijn abonnement een tijdje terug opgezegd. Het blad vind ik prachtig, maar ik stel nu mijn eigen inspiratie samen op Internet, door websites als feedly en Pintrest. Helemaal gratis, en ik haal er precies uit wat ik nodig heb. Dat is ook een keuze. Dat brengt mij eenvoud, overzicht en - mogelijk - geluk. En dat is uiteindelijk de bedoeling. 
 
En die stapel prachtige Happinez? Die geef ik weer door. Aan een ander. Misschien dat Hans er nog een paar wil hebben voor zijn show.

p1

Raak niet in paniek!

Ai. Sloeg mijn lief even de spijker op zijn kop vandaag. Hij gebruikt sinds een paar weken feedly, een website om gemakkelijk de 'feeds' (berichten) van je favoriete websites bij te houden. Die kun je daarin onderverdelen in een categorie en help je daardoor jezelf de informatiestroom van internet op jouw eigen voorkeuren af te stemmen.

Vandaag kreeg hij een feed van Zen Habits, een mooi weblog over een opgeruimd leven en een ditto hoofd, binnen, die hij meteen naar zijn vriendinnetje stuurde. Geen verkeerd idee want die zat ondertussen te stressen op de bank terwijl ze met twee laptops aan het jongleren was en de stroom e-mailverkeer die haar mailbox binnen stormde probeerde te temmen.

Het artikel begint met het volgende;

'Why is it that we cannot break the bad habits that stand in our way, crushing our desires to live a healthy life, be fit, simplify, be happier?>How is it that our best intentions are nearly always beaten? We want to be focused and productive, exercise and eat healthy foods, stop smoking and learn to get rid of debt and clutter, but we just can’t.

The answer lies in something extremely simple, but something most people aren’t aware of lt; We don’t know how to cope with stress and boredom in a healthy way.'
- Zen Habits, Leo Babauta.

Slechte gewoonten, zegt het artikel, worden door ons persoonlijk gevormd om met stress en verveling om te gaan.

Leo geeft een lijstje van voorbeelden hoe we met stress en verveling hebben leren omgaan:
- roken
- ronddolen op het internet
- junk food eten
- alcohol
- ongemanierd/boos zijn, ons depressief of angstig voelen
- tv kijken en gamen (als het een verslaving geworden is)
- winkelen (stress qua financiën en meer rommel in huis)
- ontwijken van financiën, papierwerk en rommel (geen zin in dus doen we niet)
- inactief zijn (stress ontwijken door niet te sporten)
- nagelbijten, op je haar kauwen, tandenknarsen

Het is geen complete lijst, maar Leo geeft hier een aantal voorbeelden die erop zouden kunnen wijzen hoe wij met stress of verveling omgaan. Een wijntje drinken omdat je er zin in hebt is een hele andere intentie dan een wijntje drinken omdat je anders niet met je stress om kunt gaan. Het lijstje wil dus niet zeggen dat je deze dingen NOOIT MAG DOEN.

Als dat wel zo was zou ik daar behoorlijk gestressed van kunnen raken zelfs. Niettemin heeft het artikel een goed punt: ik ben me vrij bewust van mijn acties, maar juist wanneer ik stress ervaar of momenten van onzekerheid/ontevredenheid meemaak, kan het nog wel eens zijn dat ik ook in 'niet functioneel gedrag' schiet.

In mijn persoonlijke geval zou dat niet zo gauw gaan om junk food of roken (ik heb nog nooit van mijn leven gerookt, met uitzondering een waterpijp in Granada) maar wel inactiviteit (ik ben moe dus geen zin) en winkelen of nieuwe spulletjes in huis brengen. Staat ook een beetje haaks op mijn ontrommel principe. Daar zit echter ook een soort logica in: hoe minder spullen in huis, hoe minder functionele zaken er over blijven en hoe meer je geconfronteerd wordt met wat er nog wél moet gebeuren. Zoals papierwerk of financiën.

Soms is het verstandiger om in een moment van stress of ongeduld een stapje terug te doen, een wandeling te maken of iets anders, waardoor je de boel weer helder voor de geest krijgt.

Dat is echter niet zomaar gedaan. Zoals het artikel ook meldt: slechte gewoonten doen er jaren over om zich te vormen, en de tegenbeweging van goede gewoonten cultiveren kan net zolang duren. Stapje voor stapje is het devies.

Leo geeft ook een aantal ideëen van goede gewoonten die we kunnen ontwikkelen:
- rennen, fietsen, lopen, zwemmen
- pushups, squats
- yoga, mediatie
- spelen met vrienden en kinderen (huisdieren?)
- creëer, schrijf, maak muziek, zing, lees als je je verveelt
- maak een wandeling en geniet van de natuur
- handel financiën en papierwerk meteen af (laat het niet opstapelen: dát veroorzaakt stress)
- neem controle in een situatie die voor je gevoel uit de hand loopt, maak lijstjes, maak babysteps in de nieuwe richting
- wordt bewust van ademhaling, van spanning in je lichaam en gedachtes die in je opkomen
- neem rust
- leer te genieten van gezond voedsel
- rem af
- neem een warm bad (ja... een warm bad. Hadden we er maar eentje!) in dit geval een warme douche, en laatst probeerde ik een warm voetenbad uit, ook best lekker!
- leer om te leven in het huidige moment

Als ik dit lijstje lees en dat vergelijk met het eerdere lijstje van slechte gewoonten, dan komt er meteen energie bij me op. Het voelt meteen goed. Maar jezelf in beweging krijgen is niet altijd makkelijk. Begin met kleine stapjes, en foeter jezelf niet uit omdat het weer eens niet gelukt is. Beloon jezelf voor de kleine momenten dat het wel lukt, neem kleine stapjes naar een beter leven.

Wanneer er stress is, of verveling, zijn we geneigd het meteen op te willen lossen ofwel het te ontwijken. Zowel te hard werken en blindelings alles op proberen te lossen als het ontwijken zijn voorbeelden van gedrag dat uiteindelijk niet functioneel is. Neem een time-out en bedenk een strategie die voor jou werkt.

En geef jezelf een vriendelijke por in de goede richting. Zo ga ik nu maar eens naar buiten, een ommetje maken. En dan meteen langs de bank om mijn verzekeringen te regelen. Het zal vast een goed gevoel geven om dat eens van mijn lijstje af te strepen!

p1

Wees jezelf, in elke baan

Bij mijn moeder in de bladenmand vond ik dit artikel in de Magriet: 9 tips van vrouwen aan de top (waarvan de titel nummer 10 vormt). Leek me toch interessant om even te delen.

1. Blijf jezelf trouw

Zonder afbreuk te doen aan je leervermogen, want je kunt veel van je collega's leren, is het vooral belangrijk dat je jezelf blijft. Een beetje aanpassen is helemaal niet erg, maar waak ervoor rond te gaan lopen met een masker. Een vertoning die je vol moet houden put je uit, en werkt negatief op je creativiteit.

2. Deel met anderen wat je doet
Stilletjes en braaf doet wat je gezegd wordt en keihard werkt, valt dat helaas niet perse op, waardoor je er van kunt balen dat 'nooit iemand ziet wat je toevoegt'. Je mag best meedelen aan de mensen die daar ook wat aan hebben wat je nu bezig houdt en welke resultaten je geboekt hebt, zonder meteen als een blaaskaak of over-achiever over te komen. Geef jezelf eens een klopje op je schouder en deel!

3. Wees duidelijk
Wanneer werk en privé door elkaar gaan lopen, is het soms best lastig om te bedenken welke rol je wanneer aan moet nemen. Op het werk ben je geen moeder, thuis ben je geen werknemer, maar toch lopen die rollen wel eens door elkaar. Soms is het gemakkelijker om jezelf - en daarbij anderen - duidelijkheid te geven over de rol waar je op dit moment voor kiest. Dat is niet altijd vol te houden, maar het uitgangspunt is het belangrijkst, het voorkomt dat je aan de keukentafel nog 'managementtaal' bezigt omdat je nog in je werkende rol bent blijven hangen...

4. Blijf vragen stellen

Je bent nooit te oud om te leren. Toon interesse in anderen en stel vragen, daar leer je een hoop van en het levert je waardevolle medewerking op. Je kunt van anderen leren hoe zij dingen aanpakken en zo zelf ook blijven leren. Durf vragen te stellen, om hulp te vragen en ook hulp te geven.

5. Maak keuzes
Hak knopen door. Soms wachten we met het maken van een keuze tot dat we alle details verzameld hebben. Dat kan niet altijd en is vaak ook niet eens haalbaar. Hak daarom de knoop door en gebruik je gezonde boeren verstand. Vertrouw op jezelf.

6. Maak thuis goede afspraken
Maak met je partner en eventuele kinderen goede afspraken, zodat je niet in de knel komt met de zorg thuis. De boodschappen, de kinderen wegbrengen... maak goede afspraken en kijk waar het gemakkelijker kan. Misschien kun je je perfectionisme een beetje laten varen en beseffen dat je het thuis niet onder controle hoeft te hebben als je op je werk zit. Maak het jezelf gemakkelijk en schep duidelijkheid.

7. Haal vaker je schouders op
Iedereen vindt wat van je. Er moet altijd nog wat gebeuren en het werk is nooit af. En vaak ook niet zo perfect als je hoopte. Er is maar één goede oplossing en dat is: haal regelmatig je schouders op. Maak een grap, gebruik je humor en kweek wat relativeringsvermogen. Bedenk je dat al je collega's, klanten en jijzelf ook maar mensen zijn, mensen die fouten maken en hun dag wel eens niet hebben. Loopt iets uit de hand: praat het uit. Laat je dag er niet door verpesten en zeul niet de hele wereld op je schouders mee naar huis. Dat trekt namelijk niemand :)

8. Deeltijd is niet (altijd) het probleem
Dit is eigenlijk een beetje een advies uit de oude doos. Sommigen denken dat deeltijd werken schadelijk kan zijn voor hun loopbaan. Inmiddels zijn er vele organisaties bezig met 'Het Nieuwe Werken' en wordt de combinatie deeltijdbaan en eigen bedrijf ook steeds gewoner. Mijn advies zou zijn: laat je niet tegenhouden. Als vrije tijd voor jou belangrijk is, ga dan gerust parttime werken. Hou je financiën in de gaten en bekijk hoe jij het liefst wil leven. Deeltijd is in mijn ogen nooit een probleem, motivatie en intentie zijn veel belangrijker.

9. Wees niet te bescheiden!
Misschien heb je een goed idee maar luistert er niemand naar je. Je voelt je niet serieus genomen. Praat je zacht of durf je niet naar de voorgrond te treden? Verzamel moed om dat aan te pakken! Geloof in jezelf en durf ruimte in te nemen op een vergadering, bij een presentatie of een sollicitatie. Als je er echt moeite mee hebt kun je ook trainingen volgen die je assertiever en sterker maken, ook Margaret Thatcher heeft ooit een stemcursus gevolgd om ervoor te zorgen dat haar boodschap goed overkwam (een heldere, niet te hoge stem werkt het beste). Leer jezelf presenteren en experimenteer met je uitstraling.

Zomaar een paar tipjes die ik wilde delen. Sommige vrouwen zijn bang dat ze in een zakelijke omgeving al gauw halve mannen moeten worden omdat men ze anders niet serieus neemt. Dat lijkt me zonde van de energie. Mannen zijn er al genoeg, dus maak een afweging tussen je zakelijk opstellen maar toch jezelf blijven. Durf een beetje op te vallen zonder te overdrijven. Trek een pak aan maar verf je nagels roze. Wees een vrouw, want dat ben je immers ook.

Last but not least, laat je niet gek maken. Het is werk, het is druk en er moet van alles gebeuren, maar laat aan het eind van de dag ook los. Maak een ommetje, een boswandeling, knuffel met je partner of luister mooie muziek: doe iets wat jou ontspant.

Dan kun je er de volgende dag weer fris tegenaan!

p1