Haast elke ochtend stapt ze in en vraagt ze aan de chauffeur of ze haar aansluiting op een volgende bus kan halen. Haar kleine, ietwat brede lijfje torst een grote rugzak mee. Ze zit graag voorin, houdt het goed in de gaten. Ze wil immers graag haar aansluiting halen.
Velen zouden haar 'zwakbegaafd' noemen, een woord dat ik persoonlijk afschuwelijk vind. Soms zie ik haar lopen. Even kijkt ze me recht aan. Onbevreesd. Ze lijkt niet zo bezeten te zijn van haar eigen ego als de meeste 'normale' mensen om haar heen. Zoals ik zelf. Ze lijkt het allemaal niet zo te merken. Het gedoe om mode, om baantjes. Belangrijk zijn, status.
Ze loopt daar en kijkt me recht in de ogen aan. Blijft rustig kijken. Niet veroordelend, ook niet zozeer nieuwsgierig. Een soort berusting lijkt over haar te hangen. Gedwongen door haar, in mijn beleving, geestelijke en lichamelijke beperkingen, heeft ze haar situatie moeten accepteren zoals het is.
Onbewust houdt ze mij een spiegel voor die de drukte in mij weerkaatst. Hoe ik vecht tegen dingen die ik niet kan of wil accepteren. Hoe ik lijd door mijn eigen vooroordelen, angsten en verlangens. Zwakbegaafd noemen we dat. Ik vraag me ergens af of het niet omgekeerd is, en wij degenen zijn de geestelijk beperkt achter onze verlangens aanhollen en van onze angsten wegvluchten.
Wat heeft ze mij veel te leren, die kleine dame met haar enorme rugtas.
3 replies:
Wat een mooi stukje!
Dank je wel Anna!
Bij de indianen waren deze mensen bijzonder en werden ze met groot respect behandeld en verzorgt. Er werd gezegd dat ze droomden met hun ogen open en daardoor Wakan Tanka ofwel de "grote geest" konden zien. Medicijnmannen hadden daarvoor drugs en zo nodig om in een trance te komen.
Ik zie in hun hoe de mens eens kon zijn in de tijd voordat alles ingewikkeld en haastig werd en dat je bent wie je bent belangrijker was dan wat je bent, wat je doet en alle buitenkant in het hier en nu.
Post a Comment